
Als men aan het Tisza-meer (“Tisza-tó”) denkt, dan denkt men aan fluweelzacht water, met ruime baaien, dode rivierarmen en kleine eilandjes. Het Tisza-meer is geen natuurlijk meer, maar is ontstaan als stuwmeer in de rivier Tisza.
Met 127 km2 bieden het meer en omgeving een veilig onderkomen aan bedreigde dier- en plantensoorten. Zo heeft de bever zich in dit gebied gevestigd, en in het water zwemmen meer dan vijftig verschillende soorten vissen. Hier ligt ook het grootste veld waterlelies van Europa.
Het noordoostelijke deel van het meer maakt deel uit van het nationale park Hortobágy. Hier is een vogelreservaat gevestigd, waarin ongeveer 200 vogelsoorten - zoals de zilverreiger en de wilde gans - een veilig onderkomen hebben gevonden. Dit gebied is van tijd tot tijd gesloten en door de UNESCO als cultuurlandschap onder de bescherming van het werelderfgoed gesteld. Buiten de broedtijd zijn sommige gebieden, alleen per boot, te bezoeken.
In het midden van het meer bevindt zich het zogenaamde Poroszlóer-bekken, dat eveneens onder natuurbescherming valt. Het is toegankelijk voor bezoekers. Het staat bekend als hengelparadijs. Vooral roofvissen bijten hier goed.
De Abádszalóker-baai in het zuiden van het meer is een paradijs voor watersporters. Of het nu zeilen, surfen of jetski is – hier is bijna alles mogelijk en toegestaan. Het water warmt snel op en er liggen talrijke goed ontwikkelde badstranden, zoals in Abádszalók met zijn grote waterglijbaan.
Een van de meest geliefde vakantieplaatsen aan het Tisza-meer is Tiszafüred. Van hieruit kan men veel ondernemen, van vaartochten tot een bezoek aan de thermaal bronnen of een excursie naar het eerste museumdorp van het land. In kleine nederzettingen zoals Borsodivánka, Négyes, Tiszavalk, Tiszabábolna, Tiszadorogma, Árokto, Tiszacsege en Egyek is veel bewaard in de oorspronkelijke staat, waardoor een vakantieverblijf mogelijk is ver van alle drukte. Het vakantiehuis biedt hierbij een ideaal uitgangspunt voor uw vakantie.