Westelijk Hongarije is veelzijdig, bont en afwisselend. Al 2.000 jaar noemt men dit gebied Pannonië. Het wordt in het noorden en oosten begrensd door de Donau, in het zuiden door Slovenië en Kroatie, in het westen door Oostenrijk. Het gebied kreeg de naam van de Romeinse legioensoldaten die hun kampementen langs de Donau hadden opgeslagen. Tegenwoordig is het gebied bekend onder de naam Transdanubië.
Veel van de huidige stadjes stammen nog uit de Romeinse tijd. Ze bewaren het antieke erfgoed zo goed en zo kwaad als mogelijk. Al in de historie waren de plaatsen door een goed wegennet met elkaar verbonden.
Landschappelijk is deze streek even veelzijdig als haar culturele erfgoed. Bergregio’s en heuvelachtige vlaktes wisselen elkaar af, meren nodigen uit tot zwemmen of pootjebaden en bloeiende parken tot wandelen. De wijngaarden leveren uitstekende wijnen. Diverse bouwwerken en natuurlandschappen staan op de UNESCO-lijst als onderdeel van het werelderfgoed, zoals bijvoorbeeld het Ferto-meer (“Fertő tó”) in het uiterste noordwesten. Het water heeft daar een hoog zoutgehalte en biedt plaats aan ongeveer 300 verschillende soorten nest- en trekvogels.
Het porselein uit Herend is erg geliefd en wereldberoemd. Het servies met de vlinderdecoratie beviel de Britse koningin Victoria in het bijzonder en het draagt sindsdien haar naam.
In het Noorden ligt de stad Tata. Daar bevinden zich meer dan honderd waterbronnen en twee meren. Een ervan is Öreg tó, een beschermd natuurgebied en pleisterplaats voor veel trekvogels. Het meer Cseke tó ligt aan de rand van de stad en hier is de eerste Engelse tuin van Hongarije te bewonderen.
Behalve het Balaton-meer en het Ferto-meer ligt hier ook het Velence-meer. Aan de oever van het Velence-meer verheft zich het Valncer-gebergte, een geliefd wandelgebied.
Een veelzijdig gebied met bijzonder gastvrije mensen. Het vakantiehuis is een ideaal uitgangspunt voor uw vakantie.