Tijdens de eerste wereldoorlog was Nederland neutraal en bleef buiten schot. Wel leidde de oorlog tot voedselschaarste en als reactie hierop, en op de gebeurtenissen in Rusland, ontstond een revolutie en mondde uit in de invoering van het algemeen kiesrecht. In de eerste helft van de 20e eeuw zette de verzuiling door en elke zuil kreeg een eigen politieke partij, eigen media en eigen organisaties. De economische depressie van de jaren 30 kwam hard aan doordat Nederland veel langer vasthield aan de Gouden Standaard (de vaste tegenwaarde van de gulden in goud). Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen maar door de bezuinigingen bij Defensie liet de strijdkracht veel te wensen over. In bezet gebied stond de hongerwinter van 1944/1945 voor de deur. Velen stierven van honger en uitputting. De bevrijding kwam uiteindelijk door de Canadezen op 5 mei 1945. In de jaren die volgden werd hard gewerkt aan de wederopbouw. Maar in 1953 werd deze wreed verstoord door de Watersnoodramp in Zeeland, hierbij verdronken 2000 mensen. Dit vormde de aanleiding voor ontwikkeling van de Deltawerken. Dit project nam tientallen jaren in beslag en de meeste zeegaten werden afgesloten of voorzien van een stormvloedkering. In 1957 ontstond de EEG, hiervan was Nederland mede oprichter. De export, landbouw en industrie profiteerden hiervan. Wat buitenlandse politiek betreft maakte Nederland tijdens het eind van de jaren 40 een ommezwaai en ruilde de neutraliteitspolitiek in voor een samenwerking met de VS en andere Europese landen in de NAVO. In 1991 wordt in het verdrag van Maastricht de Euro geïntroduceerd. Een paar jaar later wordt het eerste Paarse kabinet gekozen en in 1999 wordt de Euro voor het eerst op de beurzen gebruikt en niet veel later werd de Euro het officiële betaalmidden van Nederland.